Copy Cats
door: Manon
Manon is van origine kunstenares (schilder). Daarnaast danst ze al heel haar leven, is ze amateur fotografe, kostuum- en website ontwerpster.
Meer van Manon
2011-06-28 16:48:41
Iedereen kent de jurkjes van H&M, die enkele weken na de grote catwalkshows in de winkel hangen, net iets anders dan die van de grote designers, zodat er geen eigendomsrechten betaald hoeven worden, maar duidelijk ‘gejat’. De purist (met grote beurs) stapt naar de designer zelf, de klant met de kleine beurs naar de H&M en dat vinden we niet echt vervelend.
Dit voorbeeld is wellicht een van de duidelijkste, maar
eigenlijk niet helemaal representatief voor het fenomeen. In dit voorbeeld
krijgt de designer namelijk weliswaar geen cent voor zijn eigen creaties, maar vaak
wel de erkenning: het is duidelijk welk modehuis de oorspronkelijke jurk
ontworpen heeft, de première was voor de designer en foto’s daarvan zijn in
alle bladen verschenen. (Moe van het kopiëren zijn er sinds enige tijd zelfs
designers die dan maar met H&M gaan samenwerken, dan zien ze tenminste nog
een klein bedrag voor hun eigen ideeën en heeft de klant het idee in een echte
‘Valentino’ te lopen… )

In het grootste aantal van de gevallen is dit echter volstrekt andere koek: van uitermate veel kunstenaars (uit alle kunstdisciplines) die niet internationaal bekend zijn, wordt werk gekopieerd zonder dat zij daar de ‘credits’ of een vergoeding voor krijgen, het ontbreekt hen aan middelen om dit bij een rechtbank aanhangig te maken én het gebeurt meestal zelfs zonder dat de kunstenaar er zicht op heeft. Het kopiëren van ideeën (waar intellectueel eigendom op rust) is nog ingewikkelder. Om een idee te beschermen moet je het eerst vastleggen en deponeren, een tijdrovende en kostbare geschiedenis.
Wie zijn de mensen die schaamteloos kopiëren? Meestal –vreemd
genoeg- zijn dat de ‘amateur kunstenaars’. Mensen die graag creatief bezig
zijn, maar niet de overgave hebben om er een fulltime studie aan te wijden en
er hun beroep van te maken (inclusief acceptatie van eventuele bedelstaf) en die vaak ook niet over de benodigde inventieve capaciteiten beschikken.
Mensen die tijd en de financiële middelen hebben én een bepaalde behoefte, maar
niet de ideeënstroom en achterliggende scheppingsnoodzaak. En het zijn vaak
juist mensen ‘die maar wat doen’, die zich zeer vocaal uiten over hun
‘kunstenaarschap’.

Zoals ik dit stukje al begon, heeft praktisch elke sector met dit fenomeen te maken. In elk dorp worden yogalessen gegeven, maar niet per sé door iemand die er een studie aan gewijd heeft en de beginselen in zijn dagelijks leven heeft geïntegreerd. En je hoeft (kennelijk) geen uitgebreide en langdurige psychologiestudie gevolgd te hebben om mensen te ‘behandelen’ bij problemen en iedereen is coach. De gewone mens ziet door de bomen het bos niet meer en weet het onderscheid niet te maken, de ‘copy cat’ meet zichzelf titels aan die niet van toepassing zijn en we doen er allemaal aan mee. Totdat het op ons eigen terrein gebeurt, want dan raakt het ons zelf in onze eigen professionaliteit. En dat is voor de kunstenaar niet anders dan voor andere beroepsgroepen.
Laat ik afsluiten met een leuke anekdote uit mijn eigen kunstacademie tijd:
De afdeling voor vrije schilderkunst én de docentenopleiding (twee grotere uitersten zijn er niet binnen de kunstacademie) waren destijds samen in hetzelfde gebouw gehuisvest.
Als de tijd aangebroken was, dat het werk aan de buitenwereld tentoongesteld zou worden, waren de leerlingen van beide afdelingen druk in de weer om hun ruimtes daarvoor klaar te maken. De afdeling voor vrije schilderkunst (de kunstenaars/schilders), boenden en schrobden de vloeren en voorzagen de muren van een extra laag wit: er werd opgeruimd totdat alles netjes was. Op de docentenafdeling, echter, werd er niets gepoetst of opgeruimd, in tegendeel, daar ging men met penselen en verf in de weer om de ruimtes -tot aan het plafond- van verfspetters te voorzien..als ‘bewijs’ dat zij ook kunstenaar waren. En het werkte, tenminste voor een deel van het publiek die kunstenaars kennelijk beziet als een stelletje wilden: meer dan eens werd er door bezoekers aangenomen dat de kunstenaars juist de docenten zouden zijn en omgekeerd.
---
Laat ik u dit middel geven om te differentiëren tussen de
twee: als je het bent, hoeft je het niet te faken. Mensen die hun creativiteit
van de daken schreeuwen en zich (met de mond of uiterlijk) voorstaan op hun
kunstenaarschap, die zou ik persoonlijk wantrouwen.
door Manon Claus.
Meer weten over Heerlyckheid Theresia Peridot ? Klik hier voor een kijkje op de website en het actuele aanbod.. www.theresia-peridot.nl !
Reageren? info@theresia-peridot.nl
One of the
surest tests [of the superiority or inferiority of a poet]
is the way in
which a poet borrows. Immature poets imitate; bad
poets deface what they take,
and good poets make it into something
better, or at least something different.
The good poet
welds his theft into a whole of feeling which is unique, utterly
different than that from which it is torn; the bad poet throws it into
something which has no cohesion.
A good poet will usually borrow from
authors remote in time, or alien in language, or diverse in interest.
Eliot, T.S., “Philip Massinger,” The Sacred Wood, New York: Bartleby.com, 2000.


